Onderzoek uitvoeringskosten pensioenfondsen 2018
11 september 2018

Voor het zevende achtereenvolgende jaar heeft LCP de uitvoeringskosten van Nederlandse pensioenfondsen in kaart gebracht. De totale kosten stegen in 2017 met bijna 13% naar ruim € 8,5 miljard.

 

Ten behoeve van de 2018-editie van het rapport “Werk in uitvoering bij pensioenfondsen” hebben we de jaarverslagen van 222 pensioenfondsen geanalyseerd, inclusief 16 kringen bij vijf algemeen pensioenfondsen. Gemiddeld hadden deze fondsen in 2017 een belegd pensioenvermogen van € 1.311 miljard in beheer, voor 5,6 miljoen actieve deelnemers, 3,3 miljoen pensioengerechtigden en 9,7 miljoen slapers.

Onze belangrijkste bevindingen zijn:

  • De totale pensioenbeheerkosten blijven stabiel, maar bij kleine fondsen zien we de kosten per deelnemer jaar op jaar stijgen. Bij de grootste fondsen dalen de kosten per deelnemer.
  • De totale vermogensbeheerkosten zijn flink gestegen door hogere prestatievergoedingen en verbeterde rapportage van de transactiekosten.
  • Er is nauwelijks vooruitgang in de mate waarin de uitvoeringskosten inhoudelijk worden verantwoord in het bestuursverslag.

Pensioenbeheerkosten
De totale pensioenbeheerkosten van deze fondsen zijn al jarenlang afgerond € 1,0 miljard. In 2017 kwamen ze uit op € 990 miljoen, wat 0,9% minder is dan in 2016.

Het is gebruikelijk om deze kosten uit te drukken in kosten per deelnemer, waarbij alleen het aantal actieven en gepensioneerden meetellen. Deze pensioenbeheerkosten per deelnemer daalden van € 115 naar € 111. De kosten per deelnemer zijn lager naarmate pensioenfondsen groter zijn. In onderstaande figuur wordt de trend in pensioenbeheerkosten per omvang fonds getoond voor de jaren vanaf 2012. Vooral de kosten van de kleinste pensioenfondsen zijn significant gestegen, gemiddeld zelfs meer dan verdubbeld. Alleen de gemiddelde kosten per deelnemer van de 14 allergrootste fondsen (met meer dan 100.000 deelnemers) zijn gedaald in de afgelopen vijf jaar.

Vermogensbeheer- en transactiekosten
De totale vermogensbeheerkosten, inclusief transactiekosten, stegen met bijna een miljard euro van € 6.602 miljoen in 2016 naar € 7.570 miljoen in 2017. De stijging werd vooral veroorzaakt door prestatieafhankelijke vergoedingen, die met € 488 miljoen stegen naar € 2,0 miljard. Een tweede oorzaak van de stijging betreft de gerapporteerde transactiekosten, die met € 331 miljoen toenamen. Deze stijging kan voor het grootste deel toegerekend worden aan aangepaste rapportagerichtlijnen en beter inzicht in deze kosten. Een groot deel van deze kosten werden in voorgaande jaren ook al gemaakt, maar werden eerder niet onderkend als transactiekosten.

De vermogensbeheerkosten worden doorgaans uitgedrukt als percentage van het gemiddeld belegde pensioenvermogen. De gemiddelde vermogensbeheerkosten stegen in 2017 naar 0,48% (2016: 0,46%) terwijl de transactiekosten ook 2 basispunten toenamen naar 0,10% (2016: 0,08%). Het is opvallend om te constateren dat ruim 60% van de pensioenfondsen een daling van de vermogensbeheerkosten heeft gerapporteerd, met gemiddeld 0,08%-punt, terwijl de overige fondsen een stijging rapporteerde van gemiddeld eveneens 0,08%. Omdat het vooral de grote fondsen waren die een stijging rapporteerden, stegen de totale kosten met 0,04% naar 0,58%.

In onderstaande figuur wordt de trend in vermogensbeheerkosten (inclusief transactiekosten) vanaf 2012 getoond, waarbij de fondsen gerubriceerd zijn naar belegd pensioenvermogen.

De gemiddelde vermogensbeheerkosten (inclusief transactiekosten) stegen in 2017 voor alle categorieën. Opvallend is dat de kosten van de twee grootste pensioenfondsen al jarenlang aanmerkelijk hoger is dan het gemiddelde van de andere fondsen. In 2017 behaalden zij wel een veel hoger beleggingsrendement: met gemiddeld 6,8% (ten opzichte van gemiddeld 4,9% voor de andere fondsen) haalden zij het landelijke gemiddelde sterk op naar 5,7%.

Kwalitatieve kostenverantwoording
Sinds 2015 onderzoeken we ook in hoeverre pensioenfondsen in het jaarverslag inhoudelijk verantwoording afleggen over de kosten die zij maken. We kijken daarbij onder andere of de drie kostenratio’s worden vermeld in het jaarverslag en op de door de Pensioenfederatie aanbevolen wijze berekend zijn, of een toelichting gegeven wordt op kostenverschillen met het vorige jaar en of het pensioenfonds de kosten heeft afgezet tegen een benchmark. Ook kijken we of in het bestuursverslag een oordeel is opgenomen over de hoogte van de kosten. Het is jammer dat we hebben moeten constateren dat deze kwalitatieve kostenverantwoording in de afgelopen jaren nauwelijks vooruit is gegaan. Hier valt nog veel te winnen door de pensioenfondsen.

LCP Kostenbenchmark
Naast ons onderzoek naar de totale pensioenfondsenmarkt in Nederland, verzorgen wij ook de LCP Kostenbenchmark voor individuele pensioenfondsen, waarmee op een groot aantal punten pensioenfondsen worden vergeleken met relevante peergroepen. De benchmark kan het fondsbestuur helpen zich een onderbouwd oordeel te vormen over de uitvoeringskosten van het pensioenfonds. Op deze pagina is meer informatie over de LCP Kostenbenchmark 2018 beschikbaar, waaronder een voorbeeldrapportage.

Het volledige rapport “Werk in uitvoering bij pensioenfondsen 2018” kan hier worden gedownload. Voor meer informatie over het rapport of de LCP Kostenbenchmark kunt u uiteraard ook telefonisch contact met ons opnemen.


Om dit document te kunnen downloaden, vragen wij u vriendelijk onderstaand formulier in te vullen.

Aanmelden voor download(s)

Inschrijven voor LCP nieuwsberichten


 

Privacy statement

In ons Privacy statement kunt u lezen hoe wij, in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), omgaan met uw persoonlijke gegevens.

Cookies on the Lane Clark & Peacock website

By using this website, you accept the use of cookies. For more information on how to manage cookies, please read our privacy policy.