Pensioenfonds Performance: 2021-Q3
15 december 2021

Op 9 december 2021 heeft De Nederlandsche Bank (DNB) diverse kerncijfers van 193 pensioenfondsen of collectiviteitskringen gepubliceerd met betrekking tot het derde kwartaal van 2021. Wij geven een overzicht van de ontwikkelingen.

Download pdf versie
 

Aantal pensioenfondsen
In het derde kwartaal van 2021 nam het aantal pensioenfondsen en collectiviteitskringen (exclusief fondsen in liquidatie en fondsen met minder dan 100 deelnemers) af van 194 naar 193. De volgende wijzigingen zijn opgetreden:

  • Het ondernemingspensioenfonds NIBC verdween in verband met een overdracht per 1 augustus 2021 naar multi-client kring B van De Nationale APF. Deze kring is nieuw in de lijst van DNB.
  • Pensioenfonds Henkel verdween uit het overzicht van DNB. Het fonds heeft de verplichtingen per 1 november 2021 overgedragen aan Nationale Nederlanden.
  • Pensioenfonds NEG Nederland verdween in verband met de overdracht per
    1 augustus 2021 naar PGB.
  • De pensioenen van Pensioenfonds General Electric Nederland zijn per
    1 september 2021 overgedragen naar een eigen kring bij Stap Algemeen Pensioenfonds (Pensioenkring GE Nederland). In de DNB-lijst wordt, naast de nieuwe APF-kring, ook het OPF nog vermeld.

 

Actuele dekkingsgraad
De gegevens die DNB ieder kwartaal publiceert bevatten informatie over de beleidsdekkingsgraden (BDG), maar niet over de actuele dekkingsgraden (ADG). Met behulp van publiek beschikbare gegevens hebben we een indicatief verloop van de actuele dekkingsgraden gemaakt.

 

Per type pensioenfonds worden in de grafieken de gemiddelde actuele dekkingsgraden getoond voor de kwartalen 2020K3 tot en met 2021K3. De stippellijnen zijn de ongewogen gemiddelden en de doorgetrokken lijnen de gewogen gemiddelden. De weging is op basis van het belegd vermogen, waardoor meer gewicht toegekend wordt aan de grotere pensioenfondsen. Uit beide figuren blijkt dat BPF’en gemiddeld een lagere dekkingsgraad hebben dan de andere pensioenfondsen. Aan de gewogen dekkingsgraden (rechterfiguur) is vervolgens te zien dat de grote BPF’en gemiddeld een lagere dekkingsgraad hebben dan kleinere BPF’en, terwijl bij de andere typen pensioenfondsen juist het tegenovergestelde geldt.

De gewogen gemiddelde actuele dekkingsgraad (gemeten over alle pensioenfondsen) steeg in het derde kwartaal 2021 van 109,4% naar 110,3% (+0,9%).


Beleidsdekkingsgraad
Op twee fondsen na steeg bij alle fondsen de beleidsdekkingsgraad (BDG) in het derde kwartaal van 2021. De meeste pensioenfondsen hadden aan het eind van het derde kwartaal van 2021 een BDG tussen de 105% en 110% (38x). Relatief veel fondsen hadden ook een BDG tussen de 110% en 115% (30x). Bij 26 fondsen was de BDG lager dan 100%. Het vorige kwartaal was dit nog 40. Twee fondsen hadden nog een BDG lager dan 90%, waarvan één fonds ook een ADG lager dan 90% heeft.

In onderstaande figuur wordt de ontwikkeling van de beleidsdekkingsgraad inzichtelijk gemaakt.

 

De gemiddelde (ongewogen) BDG is in het derde kwartaal van 2021 met 3,6% gestegen. De gewogen BDG steeg iets meer, namelijk met 3,7%. Bij de bedrijfstakpensioenfondsen komt de gewogen BDG lager uit dan de ongewogen dekkingsgraad. Dit komt doordat de grotere BPF’en een lagere BDG hebben dan de kleinere BPF’en. Bij de ondernemingspensioenfondsen, de beroepspensioenfondsen en de algemene pensioenfondsen is dit juist omgekeerd.


Voor de BDG zijn dezelfde figuren te maken als voor de actuele dekkingsgraad. Hierin wordt zichtbaar dat de stijging die in het eerste kwartaal is ingezet, in het tweede en derde kwartaal wordt voortgezet. Bij 16 fondsen steeg de BDG in het derde kwartaal met 5%-punt of meer.

 


Beleggingsrendementen
In het derde kwartaal van 2021 lieten de meeste pensioenfondsen een positief beleggingsrendement zien. Het ongewogen gemiddelde beleggingsrendement voor risico fonds in het tweede kwartaal van 2021 bedroeg 0,3% positief (2021K2: 2,7% positief), met uitersten van 4,0% positief tot 1,0% negatief. Het gewogen gemiddelde rendement was 0,9% positief (2021K2: 3,5% positief), wat inhoudt dat grotere pensioenfondsen gemiddeld een iets hoger rendement behaalden dan kleinere pensioenfondsen. Onderstaande figuur toont de rendementen ten opzichte van het verschil in actuele dekkingsgraad.

 

Geconcludeerd kan worden dat in het derde kwartaal van 2021 de gemiddelde actuele dekkingsgraad in dezelfde mate steeg als het gemiddeld gerealiseerde beleggingsrendement (beide +0,9%). Dit wordt met name verklaard doordat de marktrente in het derde kwartaal per saldo weinig veranderde en zodoende geen effect had op de dekkingsgraden.


Feitelijke renteafdekking
In de volgende figuur is zichtbaar gemaakt in welke mate pensioenfondsen het renterisico hebben afgedekt.

Circa 71% van de fondsen heeft een renteafdekking tussen de 30% tot 70%. De (ongewogen) gemiddelde renteafdekking komt uit op circa 54% (2021K2: 53%). Gewogen komt de renteafdekking gemiddeld uit op circa 45% (2021K2: 44%), hetgeen betekent dat grotere fondsen de rente over het algemeen fors minder afdekken.


Ontwikkeling actuele dekkingsgraad versus zakelijke waarden en renteafdekking
Onderstaande tabel toont de ongewogen gemiddelde ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad in het derde kwartaal van 2021 ten opzichte van het percentage belegd in zakelijke waarden (verticaal) en de feitelijke renteafdekking (horizontaal) aan het begin van dit kwartaal. Deze tabel toont dat een hoger percentage belegd in zakelijke waarden in het derde kwartaal van 2021 resulteerde in een gemiddeld iets positievere ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad. Een hogere renteafdekking zorgde soms ook voor een positievere ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad.

Cookies on the Lane Clark & Peacock website

By using this website, you accept the use of cookies. For more information on how to manage cookies, please read our privacy policy.