Pensioenfonds Performance: 2021-Q2
27 september 2021

Op 16 september 2021 heeft De Nederlandsche Bank (DNB) diverse kerncijfers van 194 pensioenfondsen of collectiviteitskringen gepubliceerd met betrekking tot het tweede kwartaal van 2021. Wij geven een overzicht van de ontwikkelingen.

Download pdf versie
 

Aantal pensioenfondsen
In het tweede kwartaal van 2021 nam het aantal pensioenfondsen en collectiviteitskringen (exclusief fondsen in liquidatie en fondsen met minder dan 100 deelnemers) af van 196 naar 194. De volgende wijzigingen zijn opgetreden:

  • Het ondernemingspensioenfonds Huisartsen in Opleiding verdween in verband met een overgang van toekomstige opbouw per 1 januari 2021 naar het beroepspensioenfonds voor huisartsen in combinatie met een collectieve waardeoverdracht van reeds opgebouwde pensioenen naar PPI ABN AMRO Pensioenen.
  • Pensioenfonds VNU verdween in verband met een overgang van toekomstige pensioenopbouw per 1 januari 2020 naar BeFrank, en een collectieve waardeoverdracht van reeds opgebouwde pensioenen naar Aegon.
  • Kring Unisys van De Nationale APF is overgeheveld naar multi-client kring A van dit fonds.
  • Pensioenfonds HAL kwam vorig kwartaal niet voor in de kerncijfers van DNB, maar is nu wel weer opgenomen.
  • Ten slotte is de naam van pensioenfonds Transport gewijzigd in pensioenfonds DHL Nederland.

 

Actuele dekkingsgraad
De gegevens die DNB ieder kwartaal publiceert bevatten informatie over de beleidsdekkingsgraden (BDG), maar niet over de actuele dekkingsgraden (ADG). Met behulp van publiek beschikbare gegevens hebben we een indicatief verloop van de actuele dekkingsgraden gemaakt.

 

Per type pensioenfonds worden in de grafieken de gemiddelde actuele dekkingsgraden getoond voor de kwartalen 2020K2 tot en met 2021K2. De stippellijnen zijn de ongewogen gemiddelden en de doorgetrokken lijnen de gewogen gemiddelden. De weging is op basis van het belegd vermogen, waardoor meer gewicht toegekend wordt aan de grotere pensioenfondsen. Uit beide figuren blijkt dat BPF’en gemiddeld een lagere dekkingsgraad hebben dan de andere pensioenfondsen. Aan de gewogen dekkingsgraden (rechterfiguur) is vervolgens te zien dat de grote BPF’en gemiddeld een lagere dekkingsgraad hebben dan kleinere BPF’en, terwijl bij de andere typen pensioenfondsen juist het tegenovergestelde geldt.

De gewogen gemiddelde actuele dekkingsgraad (gemeten over alle pensioenfondsen) steeg in het tweede kwartaal 2021 van 106,3% naar 109,4% (+3,1%).

Beleidsdekkingsgraad
Op één fonds na steeg bij alle fondsen de beleidsdekkingsgraad (BDG) in het tweede kwartaal van 2021. De meeste pensioenfondsen hadden aan het eind van het eerste kwartaal van 2021 een BDG tussen de 100% en 105%. Relatief veel fondsen hadden ook een BDG tussen de 110% en 115%. Bij 40 fondsen was de BDG lager dan 100%. Het vorige kwartaal was dit nog 64. Drie fondsen hadden nog een BDG lager dan 90%, waarvan één fonds ook een ADG lager dan 90% heeft.

In onderstaande figuur wordt de ontwikkeling van de beleidsdekkingsgraad inzichtelijk gemaakt.

De gemiddelde (ongewogen) BDG is in het tweede kwartaal van 2021 met 3,8% gestegen. De gewogen BDG steeg iets meer, namelijk met 4,1%. Bij de bedrijfstakpensioenfondsen komt de gewogen BDG lager uit dan de ongewogen dekkingsgraad. Dit komt doordat de grotere BPF’en een lagere BDG hebben dan de kleinere BPF’en. Bij de ondernemingspensioenfondsen, de beroepspensioenfondsen en de algemene pensioenfondsen is dit juist omgekeerd.

 
Voor de BDG zijn dezelfde figuren te maken als voor de actuele dekkingsgraad. Hierin wordt zichtbaar dat de stijging die in het eerste kwartaal is ingezet, in het tweede kwartaal wordt voortgezet. Bij 32 fondsen steeg de BDG in het tweede kwartaal met 5%-punt of meer.

 


Beleggingsrendementen
In het tweede kwartaal van 2021 lieten bijna alle pensioenfondsen een positief beleggingsrendement zien. Het (ongewogen) gemiddelde beleggingsrendement voor risico fonds in het tweede kwartaal van 2021 bedroeg 2,7% positief (2021K1: 2,0% negatief), met uitersten van 5,4% positief tot 4,6% negatief. Het gewogen gemiddelde rendement was 3,5% positief (2021K1: 0,5% negatief), wat inhoudt dat grotere pensioenfondsen gemiddeld een iets hoger rendement behaalden dan kleinere pensioenfondsen. Onderstaande figuur toont de rendementen ten opzichte van het verschil in actuele dekkingsgraad.

Geconcludeerd kan worden dat in het tweede kwartaal van 2021 de gemiddelde actuele dekkingsgraad nagenoeg in dezelfde mate steeg als het gemiddeld gerealiseerde beleggingsrendement (+3,1% om +3,5%). Dit wordt met name verklaard doordat de marktrente in het tweede kwartaal per saldo weinig veranderde en zodoende nagenoeg geen effect had op de dekkingsgraden.

Feitelijke renteafdekking
In de volgende figuur is zichtbaar gemaakt in welke mate pensioenfondsen het renterisico hebben afgedekt.

 

Circa 72% van de fondsen heeft een renteafdekking tussen de 30% tot 70%. De (ongewogen) gemiddelde renteafdekking komt uit op circa 53% (2021K1: 53%). Gewogen komt de renteafdekking gemiddeld uit op circa 44% (2021K1: 44%), hetgeen betekent dat grotere fondsen de rente over het algemeen fors minder afdekken.

Ontwikkeling actuele dekkingsgraad versus zakelijke waarden en renteafdekking
Onderstaande tabel toont de ongewogen gemiddelde ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad in het tweede kwartaal van 2021 ten opzichte van het percentage belegd in zakelijke waarden (verticaal) en de feitelijke renteafdekking (horizontaal) aan het begin van dit kwartaal. Deze tabel toont dat een hoger percentage belegd in zakelijke waarden in het tweede kwartaal van 2021, gecombineerd met een lagere renteafdekking, resulteerde in een gemiddeld positievere ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad.

 

 

Cookies on the Lane Clark & Peacock website

By using this website, you accept the use of cookies. For more information on how to manage cookies, please read our privacy policy.