Pensioenfonds Performance: 2021-Q1
17 juni 2021

Op 10 juni 2021 heeft De Nederlandsche Bank (DNB) diverse kerncijfers van 196 pensioenfondsen of collectiviteitskringen gepubliceerd met betrekking tot het eerste kwartaal van 2021. Wij geven een overzicht van de ontwikkelingen.

Download pdf versie
 

Aantal pensioenfondsen
In het eerste kwartaal van 2021 nam het aantal pensioenfondsen en collectiviteitskringen (exclusief fondsen in liquidatie en fondsen met minder dan 100 deelnemers) af van 203 naar 196. De volgende wijzigingen zijn opgetreden:

  • Het pensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel en Reiswerk Pensioenen verdwenen in verband met een collectieve waardeoverdracht naar PGB.
  • Het pensioenfonds van Allianz Nederland verdween in verband met een collectieve waardeoverdracht naar verzekeraar Lifetri.
  • Pensioenfonds Smurfit Nederland verdween ook, in dit geval in verband met een collectieve waardeoverdracht naar pensioenfonds Smurfit Kappa Nederland (DC-deel) en Nationale Nederlanden (DB-deel).
  • De 3 kringen P, K en G van multi-pensioenfonds Pon zijn voortaan zelfstandige pensioenfondsen Pon, Gazelle en Geveke. Het ANW-fonds (ring A) is opgeheven.
  • Kring 1 van Algemeen Pensioenfonds Stap is overgedragen naar kring 2 van dit fonds.
  • Pensioenfonds HAL kwam niet voor in nieuwe kerncijfers van DNB.

Actuele dekkingsgraad
De gegevens die DNB ieder kwartaal publiceert bevatten informatie over de beleidsdekkingsgraden (BDG), maar niet over de actuele dekkingsgraden (ADG). Met behulp van publiek beschikbare gegevens hebben we een indicatief verloop van de actuele dekkingsgraden gemaakt.

 

Per type pensioenfonds worden in de grafieken de gemiddelde actuele dekkingsgraden getoond voor de kwartalen 2020K1 tot en met 2021K1. De stippellijnen zijn de ongewogen gemiddelden en de doorgetrokken lijnen de gewogen gemiddelden. De weging is op basis van het belegd vermogen, waardoor meer gewicht toegekend wordt aan de grotere pensioenfondsen. Uit beide figuren blijkt dat BPF’en gemiddeld een lagere dekkingsgraad hebben dan de andere pensioenfondsen. Aan de gewogen dekkingsgraden (rechterfiguur) is vervolgens te zien dat de grote BPF’en gemiddeld een lagere dekkingsgraad hebben dan kleinere BPF’en, terwijl bij de andere typen pensioenfondsen juist het tegenovergestelde geldt.

De gewogen gemiddelde actuele dekkingsgraad (gemeten over alle pensioenfondsen) steeg in het eerste kwartaal 2021 van 100,2% naar 106,3%.

Beleidsdekkingsgraad
Op drie fondsen na steeg bij alle fondsen de beleidsdekkingsgraad (BDG) in het eerste kwartaal van 2021. De meeste pensioenfondsen hadden aan het eind van het eerste kwartaal van 2021 een beleidsdekkingsgraad tussen de 100% en 105%. Bij 64 fondsen was de beleidsdekkingsgraad lager dan 100%. Het vorige kwartaal was dit nog 83.

In onderstaande figuur wordt de ontwikkeling van de beleidsdekkingsgraad inzichtelijk gemaakt.

De gemiddelde (ongewogen) beleidsdekkingsgraad is in het eerste kwartaal van 2021 met 2,0% gestegen. De gewogen beleidsdekkingsgraad steeg iets minder, namelijk met 1,9%. Bij de bedrijfstakpensioenfondsen komt de gewogen beleidsdekkingsgraad lager uit dan de ongewogen dekkingsgraad. Dit komt doordat de grotere BPF’en een lagere beleidsdekkingsgraad hebben dan de kleinere BPF’en. Bij de ondernemings-pensioenfondsen, de beroepspensioenfondsen en de algemene pensioenfondsen is dit juist omgekeerd.

Voor de beleidsdekkingsgraad zijn dezelfde figuren te maken als voor de actuele dekkingsgraad. Hierin wordt zichtbaar dat, na een periode van dalingen, de BDG in het eerste kwartaal 2021 is gestegen.

 

Beleggingsrendementen
In het eerste kwartaal van 2021 liet ruim driekwart van de pensioenfondsen een negatief beleggingsrendement zien. Het (ongewogen) gemiddelde beleggingsrendement voor risico fonds in het eerste kwartaal van 2021 bedroeg 2,0% negatief (2021Q4: 5,0% positief), met uitschieters van 6,5% positief tot 12,8% negatief. Het gewogen gemiddelde rendement was 0,5% negatief (2021Q4: 5,5% positief), wat inhoudt dat grotere pensioenfondsen gemiddeld een iets hoger rendement behaalden dan kleinere pensioenfondsen. Onderstaande figuur toont de rendementen ten opzichte van het verschil in actuele dekkingsgraad.

 

Geconcludeerd kan worden dat in het eerste kwartaal van 2021 de gemiddelde actuele dekkingsgraad fors steeg (+6,1%), terwijl het gerealiseerde rendement licht negatief was. Het opwaartse effect van de actuele dekkingsgraad wordt vooral veroorzaakt door de rentestijging in het eerste kwartaal van 2021. Goede beleggingsrendementen op de returnportefeuille maakten het verlies op de matchingsportefeuille grotendeels goed, waardoor het pensioenvermogen op een vergelijkbaar niveau bleef.

Feitelijke renteafdekking
In de volgende figuur is zichtbaar gemaakt in welke mate pensioenfondsen het renterisico hebben afgedekt.

 

Circa 74% van de fondsen heeft een renteafdekking tussen de 30% tot 70%. De (ongewogen) gemiddelde renteafdekking komt uit op circa 53% (2020Q4: 51%). Gewogen komt de renteafdekking gemiddeld uit op circa 44%, hetgeen betekent dat grotere fondsen de rente over het algemeen fors minder afdekken.

Ontwikkeling actuele dekkingsgraad versus zakelijke waarden en renteafdekking
Onderstaande tabel toont de ongewogen gemiddelde ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad in het eerste kwartaal van 2021 ten opzichte van het percentage belegd in zakelijke waarden (verticaal) en de feitelijke renteafdekking (horizontaal) aan het begin van dit kwartaal. Deze tabel toont dat een hoger percentage belegd in zakelijke waarden in het eerste kwartaal van 2021, gecombineerd met een lagere renteafdekking, resulteerde in een gemiddeld positievere ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad.

Cookies on the Lane Clark & Peacock website

By using this website, you accept the use of cookies. For more information on how to manage cookies, please read our privacy policy.