Onderzoek uitvoeringskosten pensioenfondsen 2020
10 september 2020

Uitvoeringskosten pensioenfondsen stegen in 2019 naar bijna € 9 miljard.

Download pdf versie
 

Voor het negende achtereenvolgende jaar heeft LCP de uitvoeringskosten van Nederlandse pensioenfondsen in kaart gebracht. De totale kosten stegen in 2019 met ruim 6% tot ruim € 8,9 miljard.

Ten behoeve van de 2020-editie van het rapport “Werk in uitvoering bij pensioenfondsen” hebben we de jaarverslagen van 199 pensioenfondsen geanalyseerd, inclusief 25 kringen bij 6 algemeen pensioenfondsen. Gemiddeld hadden deze fondsen in 2019 een belegd pensioenvermogen van € 1.444 miljard in beheer, voor 5,9 miljoen actieve deelnemers, 3,5 miljoen pensioengerechtigden en 9,8 miljoen slapers.

Onze belangrijkste bevindingen zijn:

  • De totale pensioenbeheerkosten stegen met circa € 34 miljoen (+3,5%) naar € 985 miljoen. Dit zien we ook terug in de gemiddelde kosten per deelnemer, die toenamen van € 104 in 2018 naar € 106 in 2019. De belangrijkste reden voor de stijging zijn de toegenomen bestuurs- en governancekosten, die veelal te maken hadden met de nieuwe IORP2-regelgeving.
  • De totale vermogensbeheerkosten zijn met € 497 miljoen gestegen, van € 7.430 miljoen naar € 7.927 miljoen. Als percentage van het gemiddeld belegd vermogen zijn ze echter gedaald van 0,56% naar 0,55%.
  • Het gemiddelde beleggingsrendement in 2019 was +17,6% (2018: -1,2%). De betaalde prestatievergoedingen in 2019 zijn met bijna 7% (€ 132 miljoen) gestegen naar in totaal bijna € 2,1 miljard.
  • Ongeveer 1/3e van de pensioenfondsen rapporteert niet volledig conform de richtlijnen van de Pensioenfederatie. Bij de kostenvergelijking met het voorgaande jaar wordt door pensioenfondsen wel steeds vaker een onderbouwing gegeven. Ook wordt vaker een benchmarkvergelijking uitgevoerd, inmiddels door circa een derde van alle fondsen.
  • Van de onderzochte pensioenfondsen voeren 31 fondsen (16%) de administratie in eigen beheer uit. De overige 168 pensioenfondsen hebben de administratie uitbesteed aan in totaal 18 verschillende pensioenuitvoerders.

Pensioenbeheerkosten
De totale pensioenbeheerkosten van deze fondsen zijn al jarenlang afgerond € 1,0 miljard. In 2019 kwamen ze uit op € 985 miljoen, wat 3,5% meer is dan in 2018.

Het is gebruikelijk om deze kosten uit te drukken in kosten per deelnemer, waarbij alleen het aantal actieven en gepensioneerden meetelt. Deze pensioenbeheerkosten per deelnemer stegen van € 104 naar € 106. De kosten per deelnemer zijn lager naarmate pensioenfondsen meer deelnemers hebben. In onderstaande figuur wordt de trend in pensioenbeheerkosten per omvang fonds getoond voor de afgelopen vijf jaren.

Voor alle fondsen gezamenlijk zijn de pensioenbeheerkosten per deelnemer sinds 2015 afgenomen van € 114 naar € 104. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door de (heel) grote fondsen, met meer dan 100.000 deelnemers. Voor kleinere pensioenfondsen stegen deze kosten per deelnemer juist.

Vermogensbeheer- en transactiekosten
De totale vermogensbeheerkosten, inclusief transactiekosten, stegen met € 497 miljoen van € 7.430 miljoen in 2018 naar € 7.927 miljoen in 2019. De stijging werd vooral veroorzaakt door de vermogensbeheerkosten, die met € 399 miljoen stegen naar € 6.591 miljoen. De transactiekosten kwamen in 2019 uit op € 1.336 miljoen, hetgeen een stijging betekende van € 98 miljoen.

De vermogensbeheerkosten worden doorgaans uitgedrukt als percentage van het gemiddeld belegde pensioenvermogen. De gemiddelde vermogensbeheerkosten namen in 2019 af naar 0,46% (2018: 0,47%) terwijl de transactiekosten gelijk bleven op 0,09%. Het is opvallend om te constateren dat 54% van de pensioenfondsen een daling van de vermogensbeheerkosten heeft gerapporteerd, met gemiddeld 0,05%, terwijl bij 46% van de fondsen een kostenstijging van gemiddeld 0,07% gerapporteerd werd. Omdat het vooral de grote fondsen waren die een afname rapporteerden, daalden de totale kosten (inclusief transactiekosten) met 0,01% naar 0,55%.

In de figuur wordt de trend in vermogensbeheerkosten (inclusief transactiekosten) van de laatste vijf jaren getoond, waarbij de fondsen gerubriceerd zijn naar belegd pensioenvermogen.

Sinds 2015 zijn de totale vermogensbeheerkosten (inclusief transactiekosten) afgenomen van 0,57% naar 0,55% van het belegd vermogen. De daling is het grootste bij de twee grootste pensioenfondsen, namelijk van 0,66% in 2015 naar 0,63% in 2019. De andere fondsen daalden in totaliteit van gemiddeld 0,50% naar 0,49%.

Beleggingsrendementen
Het gemiddelde beleggingsrendement in 2019 was +17,6%%, waar in 2018 nog een negatief rendement van
-1,2% werd behaald. Alle pensioenfondsen rapporteerden een positief beleggingsrendement, variërend van ruim 7% tot bijna 30%. Mede door het goede beleggingsjaar komt het 7-jaarsgemiddelde rendement uit op 8,0%.

Wij hebben ook weer gekeken naar het technisch beleggingsresultaat van de pensioenfondsen, ofwel het behaalde beleggingsrendement ten opzichte van de benodigde rente en het effect van de wijziging van de marktrente op de pensioenverplichtingen. Door de verder gedaalde marktrente in 2019 stegen de pensioenverplichtingen met circa € 210 miljard. Het behaalde beleggingsrendement van +17,6% was op totaalniveau voldoende om deze stijging goed te maken. Het technisch beleggingsresultaat was in 2019 gemiddeld +1,7%, waardoor het eigen vermogen van pensioenfondsen in 2019 met circa € 24 miljard toenam.

Kwalitatieve kostenverantwoording
Sinds 2015 onderzoeken we ook in hoeverre pensioenfondsen in het jaarverslag inhoudelijk verantwoording afleggen over de kosten die zij maken. We kijken daarbij onder andere of de drie kostenratio’s worden vermeld in het jaarverslag en op de door de Pensioenfederatie aanbevolen wijze berekend zijn, of een toelichting gegeven wordt op kostenverschillen met het vorige jaar en of het pensioenfonds de kosten heeft afgezet tegen een benchmark. Ook kijken we of in het bestuursverslag een oordeel is opgenomen over de hoogte van de kosten.

In 2019 hebben we geconstateerd dat, net als voorgaande jaren, nog steeds ongeveer 1/3e van de pensioenfondsen de kostenratio’s niet rapporteert volgens de richtlijnen. Vaak worden de transactiekosten niet gerapporteerd als percentage van het gemiddeld belegde vermogen, maar ook worden de gewezen deelnemers nog steeds geregeld meegenomen bij de bepaling van de pensioenbeheerkosten per deelnemer.

Gemiddeld genomen is de kostenverantwoording wel vooruitgegaan. Steeds meer fondsen (40%, was 28%) geven inzicht in de toerekening van algemene kosten naar pensioenbeheerkosten en vermogensbeheerkosten. Een onderbouwing van de kostenverandering ten opzichte van voorgaand jaar en een vergelijking met een benchmark worden ook steeds vaker beschreven (bij ruim een derde van de fondsen). Een echt oordeel van het bestuur over het gerealiseerde kostenniveau in het jaarverslag wordt weliswaar iets vaker gegeven, maar dit gebeurt nog maar in 18% van de jaarverslagen. Hier valt dus nog veel te winnen door de pensioenfondsen.

LCP Kostenbenchmark
Naast ons onderzoek naar de totale pensioenfondsenmarkt in Nederland verzorgen wij ook de LCP Kostenbenchmark voor individuele pensioenfondsen, waarmee op een groot aantal punten pensioenfondsen worden vergeleken met relevante peergroepen. De benchmark kan het fondsbestuur helpen zich een onderbouwd oordeel te vormen over de uitvoeringskosten van het pensioenfonds. Op deze pagina is meer informatie over de LCP Kostenbenchmark 2020 beschikbaar, waaronder een voorbeeldrapportage.

Het volledige rapport “Werk in uitvoering bij pensioenfondsen 2020” kan hier worden gedownload. Voor meer informatie over het rapport of de LCP Kostenbenchmark kunt u uiteraard ook telefonisch contact met ons opnemen.

 

Cookies on the Lane Clark & Peacock website

By using this website, you accept the use of cookies. For more information on how to manage cookies, please read our privacy policy.