Eerste inzicht in de ontwikkeling van de uitvoeringskosten 2019 van pensioenfondsen
26 juni 2020

Ook dit jaar doet LCP onderzoek naar de uitvoeringskosten en rendementen van Nederlandse pensioenfondsen. De eerste resultaten van 10 grote pensioenfondsen tonen een positief gemiddeld rendement in 2019 van ruim 16% en een stijging van de vermogensbeheerkosten.

Download pdf versie
 

Voor ons onderzoek analyseren we de jaarverslagen over 2019 van nagenoeg alle Nederlandse pensioenfondsen. In ons jaarlijkse rapport, dat in het najaar verschijnt, zullen wij ook een vergelijking met voorgaande jaren maken. Diverse pensioenfondsen hebben inmiddels het jaarverslag 2019 gepubliceerd. Van deze pensioenfondsen hebben we tien grote pensioenfondsen1) geselecteerd ten behoeve van een eerste analyse. Het gezamenlijk belegd vermogen van de geselecteerde pensioenfondsen is circa 67% van het belegd vermogen van alle Nederlandse pensioenfondsen.

Totale uitvoeringskosten in euro’s
In onderstaande grafiek tonen we de totale uitvoeringskosten in euro’s voor de tien pensioenfondsen vanaf 2010 tot en met 2019. De totale pensioenkosten 2019 zijn ten opzichte van 2018 gestegen met bijna € 380 miljoen, ofwel 6,4%. De stijging betreft met name de vermogensbeheer- en transactiekosten. De pensioenbeheerkosten zijn nagenoeg ongewijzigd.

Indien de gemiddelde kostenstijging bij de onderzochte pensioenfondsen representatief is voor de gehele sector, dan zijn de totale kosten voor de sector in 2019 met bijna € 540 miljoen gestegen, van € 8,4 miljard in 2018 naar € 9,0 miljard in 2019.

 

 

Kostenratio’s
Voor de vergelijkbaarheid van kosten tussen pensioenfondsen wordt doorgaans gekeken naar kostenratio’s. De pensioenbeheerkosten worden hierbij afgezet tegen het totaal van het aantal actieve en gepensioneerde deelnemers. De vermogensbeheer- en transactiekosten worden afgezet tegen het gemiddeld belegd vermogen om tot een kostenratio te komen.

Een vergelijking van de kostenratio’s over 2019 ten opzichte van 2018 geeft voor de tien pensioenfondsen het volgende beeld:

  • De pensioenbeheerkosten, in euro’s per actieve en gepensioneerde deelnemer, zijn gemiddeld afgenomen van € 81 naar € 79 per deelnemer. Door meerdere pensioenfondsen wordt meer efficiëntie bij de uitvoeringsorganisatie en wijzigingen in incidentele kosten genoemd als oorzaak voor de ontwikkeling van deze kostenratio.
  • De vermogensbeheerkosten 2019 zijn ten opzichte van 2018 gelijk gebleven, namelijk 0,51% van het gemiddeld belegd vermogen. Als verklaring voor de stijging van het absolute niveau vermogensbeheerkosten wordt vooral de prestatievergoeding genoemd die in 2019 hoger was dan in 2018.
  • De transactiekosten, als percentage van het gemiddeld belegd vermogen, zijn ten opzichte van 2018 gemiddeld genomen gelijk gebleven aan 0,09% van het gemiddeld belegd vermogen.

Rendement en kosten
De meerjarige kostenratio’s voor vermogensbeheer inclusief transactiekosten hebben we vergeleken met het gerapporteerde meerjarige rendement.

 

 

De vorige figuur toont de ontwikkeling van rendement en kostenratio’s voor de tien pensioenfondsen vanaf 2012 exclusief en inclusief de realisatie 2019. Per pensioenfonds geeft het eerste punt aan wat het rendement en de kostenratio’s waren over 2012 – 2018, terwijl het tweede punt aangeeft hoe het rendement en de kostenratio’s over de periode 2012 – 2019 waren. Idealiter beweegt een pensioenfonds zich in deze grafiek naar linksboven: een hoger (langjarig gemiddeld) rendement tegen lagere (langjarig gemiddelde) kosten. Uit deze figuur blijkt dat het meerjarig gemiddelde beleggingsrendement in 2019 is gestegen bij alle tien pensioenfondsen. Bij drie pensioenfondsen is de meerjarig gemiddelde beleggingskostenratio afgenomen. Drie pensioenfondsen zagen de gemiddelde beleggingskostenratio stijgen en bij de overige fondsen bleef de gemiddelde beleggingskostenratio afgerond gelijk.

Bij een pensioenfonds is het ook belangrijk hoe de verplichtingen (de verwachte uitkeringen) zich ontwikkelen, aangezien het uiteindelijk gaat om de balans tussen beleggingen en verplichtingen. De verplichtingen zijn, net als een deel van de beleggingen, gevoelig voor renteveranderingen. Voor de balans van een pensioenfonds hoeft een positief beleggingsrendement niet goed uit te pakken, namelijk als de verplichtingen harder stijgen door bijvoorbeeld een gedaalde rente. Voor de tien pensioenfondsen zagen we dat het gemiddeld gewogen beleggingsrendement in 2019 gelijk was aan 16,2% (vorig jaar: -1,3%). De verplichtingen stegen door met name de renteontwikkeling met bijna 15%. Per saldo resulteerde in 2019 een gemiddeld technisch beleggingsresultaat van 1,2%. Dit betekent dat het beleggingsrendement gemiddeld 1,2% hoger was dan nodig is om de ontwikkeling van de voorziening bij te houden. In onderstaande figuur is voor de tien pensioenfondsen aangegeven hoe het beleggingsrendement en het technisch beleggingsresultaat was in 2019.

 

 

Naast cijferanalyse ook kwalitatieve analyse
Voor de kwalitatieve analyse worden de jaarverslagen door ons getoetst aan veertien criteria ten aanzien van kostenverantwoording, zoals de correcte berekening van de drie kostenratio’s (met toelichting), vergelijking met een objectieve benchmark en een bestuursoordeel over de hoogte van de kosten. De tien pensioenfondsen scoren op deze criteria bovengemiddeld in vergelijking met het landelijk gemiddelde over 2018.

De hoogste score van de tien pensioenfondsen was een voldoende op tien (van de veertien) criteria. Er blijft dus ruimte voor verbetering. Zo zien we weliswaar steeds vaker een verklaring waarom de kosten zijn gewijzigd ten opzichte van het jaar ervoor maar missen we vaak in het bestuursverslag een oordeel of men het kostenniveau acceptabel vindt.
Vijf pensioenfondsen scoorden met hun jaarverslag 2019 hoger dan vorig jaar, vier pensioenfondsen evenaarden hun score, terwijl een fonds een verslechtering liet zien qua kwalitatieve analyse.

LCP Kostenbenchmark

Naast ons onderzoek naar de totale pensioenfondsenmarkt in Nederland, verzorgen wij ook de LCP Kostenbenchmark voor individuele pensioenfondsen. In deze maatwerkrapportage vergelijken wij uw pensioenfonds op een groot aantal punten met relevante peergroepen. Op deze pagina is meer informatie over de LCP Kostenbenchmark 2020 beschikbaar, waaronder een voorbeeldrapportage.

Voor meer informatie kunt u uiteraard ook telefonisch contact met ons opnemen.

1) De pensioenfondsen in dit voorproefje zijn Stichting Pensioenfonds ABP, Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg, Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid, Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek, Stichting Pensioenfonds van de Metalektro, Stichting Pensioenfonds PGB, Stichting Pensioenfonds Philips, Stichting Rabobank Pensioenfonds, Stichting Shell Pensioenfonds en Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn.

Cookies on the Lane Clark & Peacock website

By using this website, you accept the use of cookies. For more information on how to manage cookies, please read our privacy policy.