Internetconsultatie Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen
27 december 2019

In het principeakkoord van juni 2019 over de hervorming van het pensioenstelsel zijn een aantal extra keuzemogelijkheden aangekondigd. Op 18 november 2019 heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daarover een internetconsultatie opengesteld. Het is nog niet duidelijk vanaf wanneer deelnemers een deel van hun pensioen als bedrag ineens mogen opnemen. Het is de bedoeling dat de fiscale regels omtrent vervroegde uittreding en bovenwettelijk verlofsparen op 1 januari 2021 ingaan. In dit artikel worden de voorgestelde nieuwe mogelijkheden toegelicht.

Download pdf versie
 
  1.  Opname bedrag ineens

Uit onderzoek is gebleken dat in Nederland vergeleken met het buitenland weinig keuzevrijheid is in de uitkeringsfase, terwijl daar wel interesse voor is. Daarom wordt het mogelijk om op de pensioeningangsdatum maximaal 10% van het pensioen als bedrag ineens uit te laten keren. Dit kan voor zowel het gewone pensioen, het netto pensioen (salarisdeel vanaf € 107.593) en het pensioen in eigen beheer (DGA). Ook bij lijfrenteverzekeringen (3e pijler) kan zo’n bedrag worden opgenomen. Er komt geen verplicht bestedingsdoel.

Het opnemen van een bedrag ineens wordt een recht van de deelnemer en een pensioenuitvoerder is verplicht hieraan mee te werken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

Maximumpercentage 10%
Het op te nemen bedrag is maximaal 10% van de waard van de opgebouwde pensioenen. Met dit maximum is een balans gevonden tussen enerzijds de wens tot keuzevrijheid en anderzijds om te waarborgen dat na opname van dat bedrag ineens nog voldoende pensioen resteert om de levensstandaard vast te houden, en het risico op het (extra) beroep op overheidsvoorzieningen te beperken.

Afkoop alleen op de pensioeningangsdatum
De gedeeltelijke afkoop van het pensioen kan in beginsel maar op één moment plaatsvinden, namelijk op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen. Alleen indien sprake is van deeltijdpensionering in bijvoorbeeld twee stappen, dan kan op de twee achtereenvolgende ingangsdata maximaal 10% van het dan ingegane deel van het pensioen worden afgekocht.

Geen stapeling met een hoog-laag-constructie
De opname van een bedrag ineens wordt gezien als een specifieke invulling van een hoog-laag-constructie, en mag daarom niet gecombineerd worden met een hoog-laag pensioen met een maximale bandbreedte 100-75. Stapeling van beide keuzemogelijkheden vergroot het risico van een onvoldoende pensioenen nadat de tijdelijk hogere pensioenperiode voorbij is. Daarnaast is zo’n combinatie minder inzichtelijk en wordt de benodigde uitleg complexer. Ook administratieve lasten bij de pensioenuitvoerder worden hierdoor beperkt.

Resterend levenslang pensioen hoger dan afkoopgrens
Na opname van het bedrag ineens moet het dan resterende pensioen per jaar minimaal € 484 (2019) zijn. Hiermee wordt voorkomen dat het volledige pensioen (in twee stappen) wordt afgekocht en dus de pensioenbestemming verliest.

Toestemming partner vereist
De hoogte van het partnerpensioen is vaak afgeleid uit het ouderdomspensioen, bijvoorbeeld 70% daarvan. Minister Koolmees heeft inmiddels ook aangegeven dat de handtekening van een eventuele partner vereist is als door de opname van het bedrag ineens indirect ook het resterende partnerpensioen lager uitvalt.

Hoe wordt de afkoopwaarde vastgesteld?
Het bedrag ineens moet worden vastgesteld op basis van de regels die er nu al zijn voor bestaande wettelijke afkoopmogelijkheden. Concreet betekent dit dat de afkoopvoeten sekseneutraal zijn en voldoen aan de vereiste van actuariële collectieve gelijkwaardigheid. Pensioenfondsen hoeven geen rekening te houden met (negatieve dan wel positieve) buffers, dus moeten rekenen op basis van een veronderstelde 100% dekkingsgraad. Uit berekeningen is gebleken dat het effect hiervan op de dekkingsgraad niet significant is, en het komt de uitlegbaarheid en uitvoerbaarheid ten goede.

Fiscale behandeling
Het bedrag ineens wordt in het jaar van uitkering in de heffing van loon/inkomstenbelasting en premieheffing betrokken. Een revisierente, die betaald moet worden bij onwettelijke afkoop, is niet van toepassing. De opname van het bedrag ineens kan gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke regelingen zoals de huurtoeslag. Via rekentools op de website van de Belastingdienst kan daarin inzicht worden verkregen.

Informatieverstrekking aan deelnemers
Een pensioenuitvoerder een deelnemer mag een deelnemer eerst generiek informeren over de mogelijkheid een bedrag ineens op te nemen. Indien een bijna-pensioengerechtigde daarom verzoekt moet de deelnemer vervolgens tijdig specifieke en persoonlijke informatie ontvangen over onder andere de hoogte van het bedrag ineens en de resterende pensioenuitkering, en de hoogte van de uitkering als hij geen gebruik zou maken van de opname van het bedrag ineens.
In de consultatiestukken wordt nog opgemerkt dat de belangen van een ex-partner in geval van een echtscheiding – als gevolg van het opnemen van een bedrag ineens - al voldoende zijn gewaarborgd in de huidige wetgeving. 

  1. RVU-heffing tijdelijk versoepeld

In 2005 zijn regelingen voor vervroegde uitkeringen (RVU) fiscaal onaantrekkelijk gemaakt: indien een regeling (nagenoeg) uitsluitend is bedoeld om een werknemer een uitkering te verstrekken ter overbrugging van de periode tot de pensioeningangsdatum of AOW-datum, dan is de werkgever 52% pseudo-heffing  verschuldigd over de premies en/of bijdragen.
Mede door de stijgende AOW-leeftijd en de moeite die sommige werkgevers hebben om hun werknemers langer en gezond aan het werk te houden, is besloten om toch weer meer mogelijkheden te geven om eerder te stoppen met werken. Zo wordt het verlofsparen uitgebreid (zie paragraaf 3) en wordt de RVU-heffing tijdelijk versoepeld.

Met wederzijdse goedkeuring (werknemers die lange willen doorwerken zouden dat moeten kunnen) kan een werkgever een werknemer die eerder wil stoppen met werken tegemoetkomen. Drie jaar voor de AOW-datum kan een bedrag worden meegegeven dat na inhouding van loonbelasting/premieheffing gelijk is aan de netto AOW-uitkering, zonder dat hierover een RVU-heffing verschuldigd is door de werkgever. Dit bedrag kan door de werknemer zelf worden aangevuld via het eerder laten ingaan van het ouderdomspensioen en/of eigen spaargeld.

De voorgestelde versoepeling geldt voor vijf jaar, en kan in de periode 2021-2025 worden toegezegd. Uiterlijk 31 december 2025 moet een betrokken werknemer dus een leeftijd hebben bereikt 3 jaar lager dan de AOW-leeftijd. Een uiterlijk per die datum afgestort bedrag bij een verzekeraar of pensioenfonds kan dan in de jaren 2026-2028 worden uitgekeerd zonder dat sprake is van een RVU-heffing.
Via cijfervoorbeelden wordt de werking van de RVU-(drempel)-vrijstelling nader toegelicht voor een aantal situaties.

 

  1. Extra verlofsparen

Op dit moment kunnen werknemers maximaal 50 weken fiscaal gefaciliteerd
vakantieverlof en compensatieverlof opsparen. Het kabinet heeft met sociale partners afgesproken om deze fiscale grens te verhogen van 50 naar 100 weken. Het extra gespaarde verlof kan gebruikt worden om richting de pensioendatum minder te gaan werken, of eventueel volledig te stoppen. Uiteraard kan het ook tussentijds worden opgenomen voor bijvoorbeeld omscholing of sabbatical.

Cookies on the Lane Clark & Peacock website

By using this website, you accept the use of cookies. For more information on how to manage cookies, please read our privacy policy.