AOW- en pensioenrichtleeftijd volgens update CBS-prognose
24 december 2018

Op 18 december heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek de Bevolkingsprognose 2018-2060 gepubliceerd. Op basis van de onderliggende data en de huidige wetgeving hebben wij de verwachte ontwikkeling van de AOW-leeftijd tot 2060 en de pensioenrichtleeftijd tot 2050 bepaald.

 

Sinds 2013 is de ontwikkeling (verhoging) van beide leeftijden in wetgeving vastgelegd. De AOW-leeftijd kan in stapjes van drie maanden omhooggaan, terwijl de pensioenrichtleeftijd in stappen van een jaar omhoog kan gaan.

AOW-leeftijd
Onderstaande grafiek toont voor de jaren tot en met 2060 de verwachte ontwikkeling van de AOW-leeftijd. Aangezien er sprake is van onzekerheid over de ontwikkeling van de levensverwachting, heeft het CBS ook de spreiding aangegeven. De kans is 67% dat de AOW-leeftijd zich binnen de oranje lijnen bevindt en 95% dat de AOW-leeftijd zich binnen de roze lijnen bevindt.

 

In de grafiek is te zien dat de ontwikkeling tot en met 2024 bekend is (stijgingen in 2019 [66 jaar en 4 maanden], 2020 [66 jaar en 8 maanden], 2021 [67 jaar] en 2022 [67 jaar en 3 maanden]). De eerstvolgende verwachte stijging is in 2026, naar 67 jaar en 6 maanden. Er is ook een kans van minimaal 2,5% dat de AOW-leeftijd tot en met 2060 niet verhoogd hoeft te worden, maar met eenzelfde kans is de AOW-leeftijd in 2060 ook 75 jaar en 6 maanden.

Pensioenrichtleeftijd
Onderstaande grafiek toont voor de jaren tot en met 2050 de verwachte ontwikkeling van de pensioenrichtleeftijd. Ook over deze ontwikkeling bestaat onzekerheid, aangegeven met dezelfde kleuren.

Voor de pensioenrichtleeftijd is de ontwikkeling tot en met 2019 bekend. De eerste verwachte stijging daarna is in 2029, naar 69 jaar. Met een kans van 31,5% gebeurt dit pas in 2047, maar met eenzelfde kans ook al in 2020.

Verschil met Bevolkingsprognose 2017-2060
Ten opzichte van de prognoseberekeningen van vorig jaar zijn de afwijkingen minimaal. Een stijging van de AOW-leeftijd met drie maanden is een enkele keer een jaartje eerder of later. Bij de pensioenrichtleeftijd is er slechts één afwijking qua verwachte ontwikkeling. De stijging naar 71 jaar werd verwacht in 2047, maar zal conform de nieuwe prognose pas plaatsvinden in 2048.

Commentaar LCP
Volgens de afgesproken methodiek zal de AOW-leeftijd in 2030 naar verwachting uitkomen op 68 jaar. In de figuur is te zien dat de reeds definitief vastgestelde AOW-leeftijden tot en met 2024 (in dat jaar 67 jaar en 3 maanden) harder stijgen dan tijdsevenredig, hetgeen volgens minister Koolmees te maken heeft met een door het kabinet gewenste inhaalslag. Vakbonden willen de AOW-leeftijd echter bevriezen op de 66-jarige leeftijd, of deze maar beperkt laten meestijgen met de levensverwachting. Het verschil tussen de wetgeving en de eis van de bonden lijkt reusachtig groot, en we zijn dan ook zeer benieuwd wat hernieuwd overleg in 2019 zal opleveren.

Cookies on the Lane Clark & Peacock website

By using this website, you accept the use of cookies. For more information on how to manage cookies, please read our privacy policy.